Zoek woord connect heeft 10 resultaten
EN Engels NL Nederlands
connect (v) [affiliate]
  • connected
  • connect
  • connect
  • connected
  • connected
aansluiten (v) [affiliate]
  • aangesloten
  • sluit aan
  • sluiten aan
  • sloten aan
  • sloot aan
connect (v) [electricity]
  • connected
  • connect
  • connect
  • connected
  • connected
aansluiten (v) [electricity]
  • aangesloten
  • sluit aan
  • sluiten aan
  • sloten aan
  • sloot aan
connect (v) [plumbing]
  • connected
  • connect
  • connect
  • connected
  • connected
aansluiten (v) [plumbing]
  • aangesloten
  • sluit aan
  • sluiten aan
  • sloten aan
  • sloot aan
connect (v) [place]
  • connected
  • connect
  • connect
  • connected
  • connected
verbinden (v) {n} [place]
  • verbonden
  • verbinden
  • verbindt
  • verbonden
  • verbond
connect (v) [plumbing]
  • connected
  • connect
  • connect
  • connected
  • connected
verbinden (v) {n} [plumbing]
  • verbonden
  • verbinden
  • verbindt
  • verbonden
  • verbond
EN Engels NL Nederlands
connect (v) [telephone]
  • connected
  • connect
  • connect
  • connected
  • connected
verbinden (v) {n} [telephone]
  • verbonden
  • verbinden
  • verbindt
  • verbonden
  • verbond
connect (v) [electricity]
  • connected
  • connect
  • connect
  • connected
  • connected
schakelen (v) [electricity]
  • geschakeld
  • schakelen
  • schakelt
  • schakelde
  • schakelden
connect (v) [affiliate]
  • connected
  • connect
  • connect
  • connected
  • connected
affiliëren (v) [affiliate]
  • geaffilieerd
  • affiliëren
  • affilieert
  • affilieerde
  • affilieerden
connect (v) [telephone]
  • connected
  • connect
  • connect
  • connected
  • connected
doorverbinden (v) [telephone]
  • doorverbonden
  • doorverbinden
  • doorverbindt
  • doorverbond
  • doorverbonden
connect aan elkaar vastmaken

Engels Nederlands vertalingen

EN Synoniemen voor connect NL Vertalingen
fasten [joining] häfta
bind [joining] förbinda
affix [joining] affix {n}
hitch [joining] ryck {n}
join [joining] skarv (u)
attach [joining] bifoga
credit [ascribe] heder
refer [ascribe] hänvisa (till)
impute [ascribe] beskylla
lay [ascribe] låg
attribute [ascribe] attribut {n}
staple [attach] krampa (u)
tack [attach] stift {n}
hook [attach] koppla
couple [combine] par {n}
integrate [combine] integrera
consolidate [combine] konsolidera
compact [combine] (formal komprimera
martial [combine] krigisk
concentrate [combine] koncentrat