Zoek woord aanhalen heeft 13 resultaten
NL Nederlands EN Engels
aanhalen [verklaring]
  • aangehaald
  • haalt aan
  • halen aan
  • haalde aan
  • haalden aan
quote [verklaring]
  • quoted
  • quote
  • quote
  • quoted
  • quoted
aanhalen [voorbeeld]
  • aangehaald
  • haalt aan
  • halen aan
  • haalde aan
  • haalden aan
quote [voorbeeld]
  • quoted
  • quote
  • quote
  • quoted
  • quoted
aanhalen [verklaring]
  • aangehaald
  • haalt aan
  • halen aan
  • haalde aan
  • haalden aan
cite [verklaring]
  • cited
  • cite
  • cite
  • cited
  • cited
aanhalen [voorbeeld]
  • aangehaald
  • haalt aan
  • halen aan
  • haalde aan
  • haalden aan
cite [voorbeeld]
  • cited
  • cite
  • cite
  • cited
  • cited
aanhalen [verklaring]
  • aangehaald
  • haalt aan
  • halen aan
  • haalde aan
  • haalden aan
adduce [verklaring]
  • adduced
  • adduce
  • adduce
  • adduced
  • adduced
NL Nederlands EN Engels
aanhalen [algemeen]
  • aangehaald
  • haalt aan
  • halen aan
  • haalde aan
  • haalden aan
tighten [algemeen]
  • tightened
  • tighten
  • tighten
  • tightened
  • tightened
aanhalen
  • aangehaald
  • haalt aan
  • halen aan
  • haalde aan
  • haalden aan
chuck
  • chucked
  • chuck
  • chuck
  • chucked
  • chucked
aanhalen [algemeen] draw tight [algemeen]
aanhalen
  • aangehaald
  • haalt aan
  • halen aan
  • haalde aan
  • haalden aan
caress
  • caressed
  • caress
  • caress
  • caressed
  • caressed
aanhalen
  • aangehaald
  • haalt aan
  • halen aan
  • haalde aan
  • haalden aan
fondle
  • fondled
  • fondle
  • fondle
  • fondled
  • fondled
aanhalen
  • aangehaald
  • haalt aan
  • halen aan
  • haalde aan
  • haalden aan
quote
  • quoted
  • quote
  • quote
  • quoted
  • quoted
aanhalen
  • aangehaald
  • haalt aan
  • halen aan
  • haalde aan
  • haalden aan
cite
  • cited
  • cite
  • cite
  • cited
  • cited
aanhalen
  • aangehaald
  • haalt aan
  • halen aan
  • haalde aan
  • haalden aan
stroke
  • stroked
  • stroke
  • stroke
  • stroked
  • stroked
NL Synoniemen voor aanhalen EN Vertalingen
aaien [liefkozen] acariciar
strelen [liefkozen] acariciar
vertroetelen [liefkozen] mimar
knuffelen [liefkozen] abrazar
liefkozen [aaien] n acariciar
versterken [verstevigen] fortalecer
flemen [flikflooien] lisonjear
vleien [flikflooien] hacer la pelota (v)
vrijen [minnekozen] n sexual
overschrijven [overnemen] transcribir
citeren [overnemen] citar
herhalen [citeren] repetir
ontlenen [citeren] n tomar prestado