Zoek woord voor mijn part heeft 2 resultaten
Ga naar
NL Nederlands SV Zweeds
voor mijn part (o) [mening] personligen (o) [mening]
voor mijn part (o) [mening] för min del (o) [mening]

NL SV Vertalingen voor voor

voor (o) [algemeen] {m} för (o) [algemeen]
voor (conj prep) [directed at, intended to belong to] {m} för (conj prep) [directed at, intended to belong to]
voor (o) [prijs] {m} för (o) [prijs]
voor (o) [ruil] {m} för (o) [ruil]
voor (conj prep) [supporting] {m} för (conj prep) [supporting]
voor (particle prep adv) [used to indicate purpose] {m} för (particle prep adv) [used to indicate purpose]
voor (o) [algemeen] {m} till (o) [algemeen]
voor (o) [plaats] {m} till (o) [plaats]
voor (o) [ruil] {m} till (o) [ruil]
voor (o) [tijd] {m} till (o) [tijd]

NL SV Vertalingen voor mijn

mijn {m} gruva (u)
mijn (a) [bezittelijk bijvoeglijk nw. - enk.] {m} min (a) [bezittelijk bijvoeglijk nw. - enk.] (u)
mijn (a) [bezittelijk bijvoeglijk nw. - mv.] {m} min (a) [bezittelijk bijvoeglijk nw. - mv.] (u)
mijn (a) [bezittelijk bijvoeglijk nw. - enk.] {m} mitt (a) [bezittelijk bijvoeglijk nw. - enk.]
mijn (a) [bezittelijk bijvoeglijk nw. - mv.] {m} mitt (a) [bezittelijk bijvoeglijk nw. - mv.]
mijn (a) [bezittelijk bijvoeglijk nw. - enk.] {m} mina (a) [bezittelijk bijvoeglijk nw. - enk.]
mijn (a) [bezittelijk bijvoeglijk nw. - mv.] {m} mina (a) [bezittelijk bijvoeglijk nw. - mv.]