Zoek woord het anders aanpakken heeft 2 resultaten
Ga naar
NLNederlandsSVZweeds
het anders aanpakken(v)[methode] ändra metoder(v)[methode]
het anders aanpakken(v)[methode] ändra taktik(v)[methode]

NLSVVertalingen voor het

het(article adv)[article] det(article adv)[article]
het(o)[bepaald lidwoord] det(o)[bepaald lidwoord]
het(o)[persoonlijk vnw. - lijdend vw.] det(o)[persoonlijk vnw. - lijdend vw.]
het(o)[persoonlijk vnw. - onderwerp] det(o)[persoonlijk vnw. - onderwerp]
het(article adv)[stressed, indicating that the object in question is the only one worthy of attention] det(article adv)[stressed, indicating that the object in question is the only one worthy of attention]
het(article adv)[used as an alternative to a possessive pronoun before body parts] det(article adv)[used as an alternative to a possessive pronoun before body parts]
het(article adv)[with a superlative] det(article adv)[with a superlative]
het(article adv)[with an adjectival noun, as in “the hungry” to mean “hungry people”] det(article adv)[with an adjectival noun, as in “the hungry” to mean “hungry people”]
het(article adv)[article] den(article adv)[article]
het(o)[bepaald lidwoord] den(o)[bepaald lidwoord]

NLSVVertalingen voor anders

anders(adj n)[not the same] olik(adj n)[not the same]
anders(o)[algemeen] annorlunda(o)[algemeen]
anders(o)[bijwoord] annorlunda(o)[bijwoord]
anders(a)[ironisch] annorlunda(a)[ironisch]
anders(adj n)[unlike most others] annorlunda(adj n)[unlike most others]
anders(o)[voegwoord] annorlunda(o)[voegwoord]
anders(a)[ironisch] speciell(a)[ironisch]
anders(o)[algemeen] annars(o)[algemeen]
anders(o)[bijwoord] annars(o)[bijwoord]
anders(o)[voegwoord] annars(o)[voegwoord]

NLSVVertalingen voor aanpakken

aanpakken(v)[algemeen] ta itu med(v)[algemeen]
aanpakken(v)[algemeen]
  • aangepakt
  • pakt aan
  • pakken aan
  • pakte aan
  • pakten aan
angripa(v)[algemeen]
  • angripen
aanpakken(v)[probleem]
  • aangepakt
  • pakt aan
  • pakken aan
  • pakte aan
  • pakten aan
angripa(v)[probleem]
  • angripen
aanpakken(v)[situatie]
  • aangepakt
  • pakt aan
  • pakken aan
  • pakte aan
  • pakten aan
angripa(v)[situatie]
  • angripen
aanpakken(v)[algemeen]
  • aangepakt
  • pakt aan
  • pakken aan
  • pakte aan
  • pakten aan
tackla(v)[algemeen]
  • tacklad
aanpakken(v)[probleem]
  • aangepakt
  • pakt aan
  • pakken aan
  • pakte aan
  • pakten aan
tackla(v)[probleem]
  • tacklad
aanpakken(v)[situatie]
  • aangepakt
  • pakt aan
  • pakken aan
  • pakte aan
  • pakten aan
tackla(v)[situatie]
  • tacklad
aanpakken(v)[persoon] klara av(v)[persoon]
aanpakken(v)[probleem] klara av(v)[probleem]
aanpakken(v)[situatie] klara av(v)[situatie]