Zoek woord tijd heeft 27 resultaten
NLNederlandsITItaliaans
tijd(n)[algemeen]{m} durata(n){f}[algemeen]
tijd(n v)[particular period of time in history]{m} evo(n v){m}[particular period of time in history]
tijd(n)[verleden]{m} epoca(n){f}[verleden]
tijd(n)[verleden]{m} tempo(n){m}[verleden]
tijd(n adj v)[verb forms distinguishing time]{m} tempo(n adj v){m}[verb forms distinguishing time]
NLNederlandsITItaliaans
tijd(int n v)[quantity of availability in time]{m} tempo(int n v){m}[quantity of availability in time]
tijd(int n v)[measurement of a quantity of time]{m} tempo(int n v){m}[measurement of a quantity of time]
tijd(n)[linguïstiek]{m} tempo(n){m}[linguïstiek]
tijd(n)[horloge]{m} tempo(n){m}[horloge]
tijd(n)[duur]{m} tempo(n){m}[duur]
tijd(n)[algemeen]{m} tempo(n){m}[algemeen]
tijd(n)[linguïstiek]{m} durata(n){f}[linguïstiek]
tijd(n)[horloge]{m} durata(n){f}[horloge]
tijd(n)[duur]{m} durata(n){f}[duur]
tijd(n v)[particular period of time in history]{m} età(n v){f}[particular period of time in history]
tijd(n)[linguïstiek]{m} corso(n){m}[linguïstiek]
tijd(n)[horloge]{m} corso(n){m}[horloge]
tijd(n)[duur]{m} corso(n){m}[duur]
tijd(n)[algemeen]{m} corso(n){m}[algemeen]
tijd(n)[linguïstiek]{m} ora(n){f}[linguïstiek]
tijd(n)[horloge]{m} ora(n){f}[horloge]
tijd(n)[duur]{m} ora(n){f}[duur]
tijd(n)[algemeen]{m} ora(n){f}[algemeen]
tijd(n)[linguïstiek]{m} momento(n){m}[linguïstiek]
tijd(n)[horloge]{m} momento(n){m}[horloge]
tijd(n)[duur]{m} momento(n){m}[duur]
tijd(n)[algemeen]{m} momento(n){m}[algemeen]
NLSynoniemen voor tijdITVertalingen
tijdperk[episode]nobdobí
periode[episode]fobdobí
jaar[bouwjaar]nročník
kans[aanleiding]mpravděpodobnost
mogelijkheid[aanleiding]fpříležitost(n v adj)
moment[aanleiding]nsekunda
gelegenheid[aanleiding]fpříležitost(n v adj)
duur[periode]mnákladný{m}
tijdstip[moment]ndoba{f}
uur[moment]nhodina
era[tijdperk]mobdobí