Zoek woord zijn heeft 18 resultaten
NL Nederlands EN Engels
zijn [bestaan] {n} existing [bestaan]
zijn (v) [become silent] {n} clam up (v) [become silent]
zijn [bezittelijk bijvoeglijk nw. - mv.] {n} its [bezittelijk bijvoeglijk nw. - mv.]
zijn [bezittelijk bijvoeglijk nw. - enk.] {n} its [bezittelijk bijvoeglijk nw. - enk.]
zijn [bezittelijk bijvoeglijk nw. - m. mv.] {n} his [bezittelijk bijvoeglijk nw. - m. mv.]
NL Nederlands EN Engels
zijn [bezittelijk bijvoeglijk nw. - m. enk.] {n} his [bezittelijk bijvoeglijk nw. - m. enk.]
zijn [filosofie] {n} being [filosofie]
zijn [bestaan] {n} being [bestaan]
zijn [bestaan] {n} living [bestaan]
zijn [filosofie] {n}
  • geweest
  • bent
  • zijn
  • was
  • waren
exist [filosofie]
  • existed
  • exist
  • exist
  • existed
  • existed
zijn [plaats] {n}
  • geweest
  • bent
  • zijn
  • was
  • waren
be [plaats]
  • been
  • are
  • are
  • were
  • were
zijn [filosofie] {n}
  • geweest
  • bent
  • zijn
  • was
  • waren
be [filosofie]
  • been
  • are
  • are
  • were
  • were
zijn [algemeen] {n}
  • geweest
  • bent
  • zijn
  • was
  • waren
be [algemeen]
  • been
  • are
  • are
  • were
  • were
zijn (v) [(archaic) used to form the perfect aspect with certain intransitive verbs] {n}
  • geweest
  • bent
  • zijn
  • was
  • waren
be (v) [(archaic) used to form the perfect aspect with certain intransitive verbs]
  • been
  • are
  • are
  • were
  • were
zijn {n}
  • geweest
  • bent
  • zijn
  • was
  • waren
be
  • been
  • are
  • are
  • were
  • were
zijn [plaats] {n} be located [plaats]
zijn [filosofie] {n} existence [filosofie]
zijn {n} his
NL Synoniemen voor zijn EN Vertalingen
optreden [functie vervullen] n apresentação {f}
leven [bestaan] n vida {f}
existeren [leven] existir {m}
uithangen [zitten] fazer-se de
zich bevinden [zitten] ficar
natuur [aard] f natureza {f}
persoonlijkheid [aard] f figura {f}
wezen [aard] n essência {f}
staan [aanwezig zijn] ter
voorvallen [gebeuren] ter lugar
toebehoren [behoren aan] n pertencer
kosten [bedragen] (p custar
vertegenwoordigen [vertegenwoordigen] representar
zitten [uithangen] ter
vormen [uitmaken] formar
uitmaken [vormen] compor