Zoek woord use heeft 45 resultaten
EN Engels NL Nederlands
use (n) [usefulness] bruikbaarheid (n) {f} [usefulness]
use (n) [application] applicatie (n) {f} [application]
use (v) [use up]
  • used
  • use
  • use
  • used
  • used
opgebruiken (v) [use up]
  • opgebruikt
  • gebruikt op
  • gebruiken op
  • gebruikten op
  • gebruikte op
use (v) [gasoline]
  • used
  • use
  • use
  • used
  • used
verbruiken (v) [gasoline]
  • verbruikt
  • verbruikt
  • verbruiken
  • verbruikten
  • verbruikte
use (v) [material]
  • used
  • use
  • use
  • used
  • used
verbruiken (v) [material]
  • verbruikt
  • verbruikt
  • verbruiken
  • verbruikten
  • verbruikte
EN Engels NL Nederlands
use (v) [use up]
  • used
  • use
  • use
  • used
  • used
verbruiken (v) [use up]
  • verbruikt
  • verbruikt
  • verbruiken
  • verbruikten
  • verbruikte
use (v) [use up]
  • used
  • use
  • use
  • used
  • used
uitputten (v) [use up]
  • uitgeput
  • put uit
  • putten uit
  • putten uit
  • putte uit
use (v) [person]
  • used
  • use
  • use
  • used
  • used
uitbuiten (v) [person]
  • uitgebuit
  • buit uit
  • buiten uit
  • buitten uit
  • buitte uit
use (n) [logic] zin (n) {m} [logic]
use (n) [purpose] zin (n) {m} [purpose]
use (n) [way of using] behandeling (n) {f} [way of using]
use (n) [use] bruikleen (n) {m} [use]
use (n) [application] toepassing (n) {f} [application]
use (n) [importance] nut (n) {n} [importance]
use (n) [logic] nut (n) {n} [logic]
use (n) [usefulness] nut (n) {n} [usefulness]
use (n) [law] genot (n) {n} [law]
use (n) [law] vruchtgebruik (n) {n} [law]
use (n) [consumption] consumptie (n) {f} [consumption]
use (n) [quantity] consumptie (n) {f} [quantity]
use (n) [consumption] verbruik (n) {n} [consumption]
use (n) [quantity] verbruik (n) {n} [quantity]
use (n) [importance] waarde (n) {f} [importance]
use (v) [influence]
  • used
  • use
  • use
  • used
  • used
gebruiken (v) [influence]
  • gebruikt
  • gebruikt
  • gebruiken
  • gebruikte
  • gebruikten
use (n v) [act of using] gebruik (n v) {n} [act of using]
use (n) [application] gebruik (n) {n} [application]
use (n) [general] gebruik (n) {n} [general]
use (n) [law] gebruik (n) {n} [law]
use (n) [tools] gebruik (n) {n} [tools]
use (n) [way of using] gebruik (n) {n} [way of using]
use
  • used
  • use
  • use
  • used
  • used
gebruiken
  • gebruikt
  • gebruikt
  • gebruiken
  • gebruikte
  • gebruikten
use (v) [apply]
  • used
  • use
  • use
  • used
  • used
gebruiken (v) [apply]
  • gebruikt
  • gebruikt
  • gebruiken
  • gebruikte
  • gebruikten
use (v) [employ]
  • used
  • use
  • use
  • used
  • used
gebruiken (v) [employ]
  • gebruikt
  • gebruikt
  • gebruiken
  • gebruikte
  • gebruikten
use (v) [gasoline]
  • used
  • use
  • use
  • used
  • used
gebruiken (v) [gasoline]
  • gebruikt
  • gebruikt
  • gebruiken
  • gebruikte
  • gebruikten
use (v) [use up]
  • used
  • use
  • use
  • used
  • used
opmaken (v) [use up]
  • opgemaakt
  • maakt op
  • maken op
  • maakte op
  • maakten op
use (v) [material]
  • used
  • use
  • use
  • used
  • used
gebruiken (v) [material]
  • gebruikt
  • gebruikt
  • gebruiken
  • gebruikte
  • gebruikten
use (v) [person]
  • used
  • use
  • use
  • used
  • used
gebruiken (v) [person]
  • gebruikt
  • gebruikt
  • gebruiken
  • gebruikte
  • gebruikten
use (v) [apply]
  • used
  • use
  • use
  • used
  • used
bezigen (v) [apply] (literature)
  • gebezigd
  • bezigen
  • bezigt
  • bezigde
  • bezigden
use (v) [influence]
  • used
  • use
  • use
  • used
  • used
bezigen (v) [influence] (literature)
  • gebezigd
  • bezigen
  • bezigt
  • bezigde
  • bezigden
use (v) [employ]
  • used
  • use
  • use
  • used
  • used
aanwenden (v) [employ]
  • aangewend
  • wenden aan
  • wendt aan
  • wendde aan
  • wendden aan
use (v) [influence]
  • used
  • use
  • use
  • used
  • used
aanwenden (v) [influence]
  • aangewend
  • wenden aan
  • wendt aan
  • wendde aan
  • wendden aan
use (v) [apply]
  • used
  • use
  • use
  • used
  • used
toepassen (v) [apply]
  • toegepast
  • passen toe
  • past toe
  • pasten toe
  • paste toe
use (v) [apply]
  • used
  • use
  • use
  • used
  • used
benutten (v) [apply]
  • benut
  • benut
  • benutten
  • benutten
  • benutte
use (n) [application] aanwending (n) {f} [application]
use (n) [general] aanwending (n) {f} [general]

Engels Nederlands vertalingen

EN Synoniemen voor use NL Vertalingen
gain [value] ganar
service [value] servicio {m}
usefulness [value] utilidad {f}
utility [value] (formal proveedor de servicios (n)
application [value] utilizacion
edge [value] ventaja {f}
advantage [value] ventaja {f}
exercise [application] ejercicio {m}
practice [application] entrenamiento {m}
appliance [application] utensilo
employ [take advantage of] emplear
abuse [take advantage of] insulto {m}
impose [take advantage of] hacer respetar
utilize [take advantage of] aprovechar
exploit [take advantage of] proeza {f}
attendance [aid] vigilancia {f}
assistance [aid] acorro
help [aid] acorro
value [aid] valor {m}
apply [utilize] usar de