Zoek woord Take a survey heeft eén resultaat
Ga naar

EN NL Vertalingen voor take

take (v) [objects]
  • taken
  • take
  • take
  • took
  • took
meenemen (v) [objects]
  • meegenomen
  • neemt mee
  • nemen mee
  • nam mee
  • namen mee
take (v) [person]
  • taken
  • take
  • take
  • took
  • took
meenemen (v) [person]
  • meegenomen
  • neemt mee
  • nemen mee
  • nam mee
  • namen mee
take (v) [accept]
  • taken
  • take
  • take
  • took
  • took
aannemen (v) [accept]
  • aangenomen
  • neemt aan
  • nemen aan
  • nam aan
  • namen aan
take (v) [accept]
  • taken
  • take
  • take
  • took
  • took
aanvaarden (v) [accept]
  • aanvaard
  • aanvaarden
  • aanvaardt
  • aanvaardde
  • aanvaardden
take (v) [accept]
  • taken
  • take
  • take
  • took
  • took
accepteren (v) [accept]
  • geaccepteerd
  • accepteert
  • accepteren
  • accepteerden
  • accepteerde
take (v) [fish]
  • taken
  • take
  • take
  • took
  • took
bijten (v) [fish]
  • gebeten
  • bijten
  • bijt
  • beten
  • beet
take (v) [time] in beslag nemen (v) [time]
take (v) [criticism]
  • taken
  • take
  • take
  • took
  • took
slikken (v) [criticism]
  • geslikt
  • slikken
  • slikt
  • slikte
  • slikten
take (v) [take down]
  • taken
  • take
  • take
  • took
  • took
opschrijven (v) [take down]
  • opgeschreven
  • schrijven op
  • schrijft op
  • schreven op
  • schreef op
take (v) [take down]
  • taken
  • take
  • take
  • took
  • took
noteren (v) [take down]
  • genoteerd
  • noteert
  • noteren
  • noteerden
  • noteerde

EN NL Vertalingen voor a

a (a) [indefinite determiner] enig (a) [indefinite determiner]
a te
a in
a binnen
a (o) [indefinite article] een (o) {m} [indefinite article]
a (a) [indefinite determiner] een (a) {m} [indefinite determiner]
a (a) [indefinite determiner] een of ander (a) [indefinite determiner]
a per

EN NL Vertalingen voor survey

survey (n) [writing] samenvatting (n) {f} [writing]
survey (v) [statistics]
  • surveyed
  • survey
  • survey
  • surveyed
  • surveyed
ondervragen (v) [statistics]
  • ondervraagd
  • ondervraagt
  • ondervragen
  • ondervroegen
  • ondervroeg
survey (v) [statistics] een opiniepeiling houden (v) [statistics]
survey (v) [statistics]
  • surveyed
  • survey
  • survey
  • surveyed
  • surveyed
enquêteren (v) [statistics]
  • geënquêteerd
  • enquêteren
  • enquêteert
  • enquêteerden
  • enquêteerde
survey (v) [surveying]
  • surveyed
  • survey
  • survey
  • surveyed
  • surveyed
inspecteren (v) [surveying]
  • geïnspecteerd
  • inspecteren
  • inspecteert
  • inspecteerde
  • inspecteerden
survey (v) [surveying]
  • surveyed
  • survey
  • survey
  • surveyed
  • surveyed
schouwen (v) [surveying]
  • geschouwd
  • schouwen
  • schouwt
  • schouwde
  • schouwden
survey (v) [surveying] de staat opnemen van (v) [surveying]
survey (n) [situation] overzicht (n) {n} [situation]
survey (n) [writing] overzicht (n) {n} [writing]
survey (n) [statistics] survey (n) {m} [statistics]