Zoek woord sit heeft 11 resultaten
EN Engels NL Nederlands
sit broeden op
sit (v) [child care]
  • sat
  • sit
  • sit
  • sat
  • sat
babysitten (v) {n} [child care]
  • gebabysit
  • babysit
  • babysitten
  • babysitten
  • babysitte
sit (v) [child care] babysit zijn (v) [child care]
sit
  • sat
  • sit
  • sit
  • sat
  • sat
broeden
  • gebroed
  • broeden
  • broedt
  • broedden
  • broedde
sit (v) [meeting]
  • sat
  • sit
  • sit
  • sat
  • sat
vergaderen (v) [meeting]
  • vergaderd
  • vergaderen
  • vergadert
  • vergaderde
  • vergaderden
EN Engels NL Nederlands
sit (v) [meeting] een vergadering houden (v) [meeting]
sit (v) [meeting] zitting hebben (v) [meeting]
sit (v) [meeting] zitting houden (v) [meeting]
sit
  • sat
  • sit
  • sit
  • sat
  • sat
koesteren
  • gekoesterd
  • koesteren
  • koestert
  • koesterde
  • koesterden
sit
  • sat
  • sit
  • sit
  • sat
  • sat
zitten
  • gezeten
  • zitten
  • zit
  • zat
  • zaten
sit (v) [posture]
  • sat
  • sit
  • sit
  • sat
  • sat
zitten (v) [posture]
  • gezeten
  • zitten
  • zit
  • zat
  • zaten

Engels Nederlands vertalingen

EN Synoniemen voor sit NL Vertalingen
remain [stay] nablijven
tarry [stay] (literature treuzelen {n}
wait [stay] te wachten staan
wait for [stay] wachten op
abide [stay] afwachten
house [inhabit] pand
occupy [inhabit] wonen in
live [inhabit] huizen
reside [inhabit] (formal wonen {n}
stay [inhabit] verblijven
dwell [inhabit] (literature verblijven
relax [state] versoepelen
lie [state] liegen
repose [state] (formal rusten
perch [position] stokje {n}
squat [position] kraakpand {n}
seat [position] bril {m}
meet [activity] vergaderen
convene [activity] samenroepen
assemble [activity] in elkaar zetten