Zoek woord protect heeft 8 resultaten
EN Engels NL Nederlands
protect (v) [person]
  • protected
  • protect
  • protect
  • protected
  • protected
dekken (v) [person]
  • gedekt
  • dekt
  • dekken
  • dekten
  • dekte
protect (v) [defend]
  • protected
  • protect
  • protect
  • protected
  • protected
verdedigen (v) [defend]
  • verdedigd
  • verdedigen
  • verdedigt
  • verdedigden
  • verdedigde
protect
  • protected
  • protect
  • protect
  • protected
  • protected
beschermen
  • beschermd
  • beschermen
  • beschermt
  • beschermde
  • beschermden
protect (v) [defend]
  • protected
  • protect
  • protect
  • protected
  • protected
beschermen (v) [defend]
  • beschermd
  • beschermen
  • beschermt
  • beschermde
  • beschermden
protect (v) [person]
  • protected
  • protect
  • protect
  • protected
  • protected
beschermen (v) [person]
  • beschermd
  • beschermen
  • beschermt
  • beschermde
  • beschermden
EN Engels NL Nederlands
protect (v) [sun]
  • protected
  • protect
  • protect
  • protected
  • protected
beschermen (v) [sun]
  • beschermd
  • beschermen
  • beschermt
  • beschermde
  • beschermden
protect
  • protected
  • protect
  • protect
  • protected
  • protected
behoeden
  • behoed
  • behoeden
  • behoedt
  • behoedde
  • behoedden
protect
  • protected
  • protect
  • protect
  • protected
  • protected
beveiligen
  • beveiligd
  • beveiligen
  • beveiligt
  • beveiligde
  • beveiligden

Engels Nederlands vertalingen

EN Synoniemen voor protect NL Vertalingen
accommodate [shelter] (formal przystosować (do)
harbour [shelter] port {m}
guarantee [protection] gwarancja {f}
warrant [protection] (formal uzasadniać
underwrite [protection] (formal ubezpieczyć (v)
register [protection] rejestr {m}
maintain [defend] twierdzić
support [defend] pomoc {f}
advocate [defend] szermierz {m}
hide [action] kożuch {m}
conceal [action] (formal chować
obscure [action] przysłaniać
cover [action] nasada {f}
veil [action] przysłaniać
shelter [action] schronienie {n}
cloud [action] chmura
shade [action] przysłaniać
tie [bind a wound] cięgno {n}
fasten [bind a wound] zapiąć
bind [bind a wound] wiązać