Zoek woord het er dik opleggen heeft 2 resultaten
Ga naar
NLNederlandsENEngels
het er dik opleggen[overdrijving](informal) lay it on[overdrijving](informal)
het er dik opleggen[overdrijving](informal) lay it on thick[overdrijving](informal)

NLENVertalingen voor het

het the
het[bepaald lidwoord] the[bepaald lidwoord]
het(v int)[to endeavor to gain someone's affection] woo(v int)[to endeavor to gain someone's affection](arch.)
het[persoonlijk vnw. - lijdend vw.] it[persoonlijk vnw. - lijdend vw.]
het[persoonlijk vnw. - onderwerp] it[persoonlijk vnw. - onderwerp]
het it

NLENVertalingen voor er

er there
er(v)[to exist] there be(v)[to exist](v)
er yonder

NLENVertalingen voor dik

dik thick
dik[diameter] thick[diameter]
dik[grootte] thick[grootte]
dik[haar] thick[haar]
dik[laag] thick[laag]
dik[rook] thick[rook]
dik[vloeistof] thick[vloeistof]
dik[dicht] heavy[dicht]
dik[lichaam] big[lichaam]
dik[dicht] dense[dicht]

NLENVertalingen voor opleggen

opleggen[dwingen]{n}
  • opgelegd
  • legt op
  • leggen op
  • legde op
  • legden op
bind[dwingen]
  • bound
  • bind
  • bind
  • bound
  • bound
opleggen[aanbrengen]{n} put on[aanbrengen]
opleggen[bevelen]{n}
  • opgelegd
  • legt op
  • leggen op
  • legde op
  • legden op
order[bevelen]
  • ordered
  • order
  • order
  • ordered
  • ordered
opleggen[aanbrengen]{n}
  • opgelegd
  • legt op
  • leggen op
  • legde op
  • legden op
apply[aanbrengen]
  • applied
  • apply
  • apply
  • applied
  • applied
opleggen[aanbrengen]{n}
  • opgelegd
  • legt op
  • leggen op
  • legde op
  • legden op
administer[aanbrengen]
  • administered
  • administer
  • administer
  • administered
  • administered
opleggen[aanbrengen]{n} spread on[aanbrengen]
opleggen[belastingen]{n}
  • opgelegd
  • legt op
  • leggen op
  • legde op
  • legden op
impose[belastingen]
  • imposed
  • impose
  • impose
  • imposed
  • imposed
opleggen[regel]{n}
  • opgelegd
  • legt op
  • leggen op
  • legde op
  • legden op
impose[regel]
  • imposed
  • impose
  • impose
  • imposed
  • imposed
opleggen[straf]{n}
  • opgelegd
  • legt op
  • leggen op
  • legde op
  • legden op
impose[straf]
  • imposed
  • impose
  • impose
  • imposed
  • imposed
opleggen[belastingen heffen]{n}
  • opgelegd
  • legt op
  • leggen op
  • legde op
  • legden op
levy[belastingen heffen]
  • levied
  • levy
  • levy
  • levied
  • levied