Zoek woord charge heeft 18 resultaten
EN Engels NL Nederlands
charge (v) [gun]
  • charged
  • charge
  • charge
  • charged
  • charged
opladen (v) [gun]
  • opgeladen
  • laden op
  • laadt op
  • laadden op
  • laadde op
charge (n) [service] extra kosten (n) [service] (p)
charge (v) [goods]
  • charged
  • charge
  • charge
  • charged
  • charged
aanrekenen (v) [goods]
  • aangerekend
  • rekent aan
  • rekenen aan
  • rekenden aan
  • rekende aan
charge (v) [banking - business] voor een bepaald bedrag debiteren (v) [banking - business]
charge (v) [banking - business] op de rekening laten schrijven (v) [banking - business]
charge (v) [gun]
  • charged
  • charge
  • charge
  • charged
  • charged
laden (v) {n} [gun]
  • geladen
  • laden
  • laadt
  • laadden
  • laadde
charge (v) [duty]
  • charged
  • charge
  • charge
  • charged
  • charged
gelasten (v) [duty]
  • gelast
  • gelasten
  • gelast
  • gelastte
  • gelastten
charge (n) [responsibility] leiding (n) {f} [responsibility]
charge (n) [responsibility] hoede (n) {m} [responsibility]
charge (n) [responsibility] zorg (n) {m} [responsibility]
charge (v) [electricity]
  • charged
  • charge
  • charge
  • charged
  • charged
opladen (v) [electricity]
  • opgeladen
  • laden op
  • laadt op
  • laadden op
  • laadde op
charge (v) [duty]
  • charged
  • charge
  • charge
  • charged
  • charged
bevelen (v) [duty]
  • bevolen
  • beveelt
  • bevelen
  • bevalen
  • beval
charge (v) [job]
  • charged
  • charge
  • charge
  • charged
  • charged
opdragen (v) [job]
  • opgedragen
  • dragen op
  • draagt op
  • droeg op
  • droegen op
charge (v) [duty]
  • charged
  • charge
  • charge
  • charged
  • charged
opdragen (v) [duty]
  • opgedragen
  • dragen op
  • draagt op
  • droeg op
  • droegen op
charge (v) [law]
  • charged
  • charge
  • charge
  • charged
  • charged
aanklagen (v) [law]
  • aangeklaagd
  • klaagt aan
  • klagen aan
  • klaagde aan
  • klaagden aan
charge (v) [law]
  • charged
  • charge
  • charge
  • charged
  • charged
beschuldigen (v) [law]
  • beschuldigd
  • beschuldigt
  • beschuldigen
  • beschuldigde
  • beschuldigden
charge (n) [law] aanklacht (n) {m} [law]
charge (n) [law] beschuldiging (n) {f} [law]

Engels Nederlands vertalingen

EN Synoniemen voor charge NL Vertalingen
attribute [relationship] atrybut {m}
assign [relationship] wyznaczać
ascribe [relationship] przypisać
associate [relationship] wstąpić
assault [conflict] napad {m}
blow [conflict] eksplodować
aggression [conflict] agresja {f}
offensive [conflict] obraźliwy
skirmish [conflict] potyczka {f}
push [conflict] pchać
attack [conflict] atakować
storm [action] sztorm {m}
strike [action] uderzyć
beset [action] dręczyć
raid [action] nalot {m}
command [order] polecenie {n}
directive [order] dyrektywa
mandate [order] mandat {m}
injunction [order] napomnienie {n}
claim [order] pozew {m}