Zoek woord acht slaan op heeft 2 resultaten
Ga naar
NL Nederlands EN Engels
acht slaan op [algemeen] heed [algemeen]
acht slaan op [algemeen] give attention to [algemeen]

NL EN Vertalingen voor acht

acht {m} eight
acht (num n) [Playing card with value 8] {m} eight (num n) [Playing card with value 8]
acht [hoofdtelwoord] {m} eight [hoofdtelwoord]
acht [hoofdtelwoord] {m} eight [hoofdtelwoord]
acht {m} attention

NL EN Vertalingen voor slaan

slaan {n}
  • geslagen
  • slaat
  • slaan
  • sloeg
  • sloegen
strike
  • struck
  • strike
  • strike
  • struck
  • struck
slaan [klok] {n}
  • geslagen
  • slaat
  • slaan
  • sloeg
  • sloegen
strike [klok]
  • struck
  • strike
  • strike
  • struck
  • struck
slaan [persoon] {n}
  • geslagen
  • slaat
  • slaan
  • sloeg
  • sloegen
strike [persoon]
  • struck
  • strike
  • strike
  • struck
  • struck
slaan [hart] {n}
  • geslagen
  • slaat
  • slaan
  • sloeg
  • sloegen
pulsate [hart]
  • pulsated
  • pulsate
  • pulsate
  • pulsated
  • pulsated
slaan [persoon] {n}
  • geslagen
  • slaat
  • slaan
  • sloeg
  • sloegen
hit [persoon]
  • hit
  • hit
  • hit
  • hit
  • hit
slaan [hart] {n}
  • geslagen
  • slaat
  • slaan
  • sloeg
  • sloegen
beat [hart] (informal)
  • beat
  • beat
  • beat
  • beat
  • beat
slaan [persoon] {n}
  • geslagen
  • slaat
  • slaan
  • sloeg
  • sloegen
smack [persoon]
  • smacked
  • smack
  • smack
  • smacked
  • smacked
slaan [vuist] {n}
  • geslagen
  • slaat
  • slaan
  • sloeg
  • sloegen
smash [vuist]
  • smashed
  • smash
  • smash
  • smashed
  • smashed
slaan [hart] {n}
  • geslagen
  • slaat
  • slaan
  • sloeg
  • sloegen
thump [hart]
  • thumped
  • thump
  • thump
  • thumped
  • thumped
slaan [persoon] {n}
  • geslagen
  • slaat
  • slaan
  • sloeg
  • sloegen
whack [persoon] (informal)
  • whacked
  • whack
  • whack
  • whacked
  • whacked

NL EN Vertalingen voor op

op [algemeen] to [algemeen]
op [ter ere van] to [ter ere van]
op [nabijheid] at [nabijheid]
op [wakker] up [wakker]
op [dimensie] by [dimensie]
op [wakker] out of bed [wakker]
op [deel] out of [deel]
op [voorzetsel] on [voorzetsel]
op upon (formal)
op [voorzetsel] upon [voorzetsel] (formal)