Zoek woord loslaten op iemand heeft eén resultaat
Ga naar
NL Nederlands DE Duits
loslaten op iemand (v) [hond] auf jemanden loslassen (v) [hond]

NL DE Vertalingen voor loslaten

loslaten (adj adv v n) [make free] befreien (adj adv v n) [make free]
loslaten (v) [to give up, abandon] verlassen (v) [to give up, abandon]
loslaten (v) [to accept to give up, withdraw etc.] aufgeben (v) [to accept to give up, withdraw etc.]
loslaten (v) [to give up, abandon] aufgeben (v) [to give up, abandon]
loslaten (v) [to surrender, yield control or possession] aufgeben (v) [to surrender, yield control or possession]
loslaten (v) [dieren] freilassen (v) [dieren]
loslaten (v) [gevangene] freilassen (v) [gevangene]
loslaten (v) [voorwerpen] loslassen (v) [voorwerpen]
loslaten (v) [to let go, physicially release] verzichten (v) [to let go, physicially release]
loslaten (v) [to accept to give up, withdraw etc.] abtreten (v) [to accept to give up, withdraw etc.]

NL DE Vertalingen voor op

op (n v) [to spend or take a vacation] Urlaub (n v) {m} [to spend or take a vacation]
op (adv prep adj n v) [finished] beendet (adv prep adj n v) [finished]
op (adv prep adj n v) [awake] munter (adv prep adj n v) [awake]
op (adv prep adj n v) [finished] alle (adv prep adj n v) [finished]
op an
op (adv prep adj n v) [awake] auf (adv prep adj n v) [awake]
op (prep adv) [being above and in contact with another] auf (prep adv) [being above and in contact with another]
op (prep adv) [being directly supported by another] auf (prep adv) [being directly supported by another]
op (o) [dimensie] auf (o) [dimensie]
op (adv prep adj n v) [standing] auf (adv prep adj n v) [standing]

NL DE Vertalingen voor iemand

iemand (o) [onbepaald vnw. - negatieve zinnen] einer (o) [onbepaald vnw. - negatieve zinnen]
iemand (o) [onbepaald vnw. - vragende zinnen] einer (o) [onbepaald vnw. - vragende zinnen]
iemand (o) [onbepaald vnw. - negatieve zinnen] irgendeiner (o) [onbepaald vnw. - negatieve zinnen]
iemand (o) [onbepaald vnw. - vragende zinnen] irgendeiner (o) [onbepaald vnw. - vragende zinnen]
iemand (o) [onbepaald vnw. - negatieve zinnen] irgendjemand (o) [onbepaald vnw. - negatieve zinnen]
iemand (o) [onbepaald vnw. - vragende zinnen] irgendjemand (o) [onbepaald vnw. - vragende zinnen]
iemand (n) jemand (n)
iemand (o) [onbepaald vnw. - negatieve zinnen] jemand (o) [onbepaald vnw. - negatieve zinnen]
iemand (o) [onbepaald vnw. - vragende zinnen] jemand (o) [onbepaald vnw. - vragende zinnen]
iemand (o) [onbepaald voornaamwoord - m.] jemand (o) [onbepaald voornaamwoord - m.]